Missiegroepen

De luisterkerk van morgen

Het is niet bepaald ingewikkeld om kerken te vormen in wijken waar geen kerk (meer) is. Dat wil zeggen: als je je beeld van de kerk drastisch leert bijstellen. Want als het betekent dat je wilt uitkomen bij een kerk van meer dan 200 mensen, met een betaalde werker, een knallend muziekteam en een eigen gebouw – dan zul je hopeloos falen. Zeker in de grote steden. 

Zeker, het gebeurt nog wel en we noemen die kerken missionair, maar wat zij vooral doen is een beter programma aanbieden waardoor bestaande gelovigen verkassen van de eigen kerk waar men het programma een beetje zat is naar een ander programma wat men nog niet kent en een betere kwaliteit lijkt te bieden. Kort gezegd: dezelfde reden waarom we een andere bakker zouden kiezen. Per saldo voegen deze vormen van kerk zijn nauwelijks iets toe voor mensen die geen christen zijn. Zij laten deze kerken evengoed links liggen dan de bestaande kerken die ook al niet bezocht worden door deze groep. En nee, dit is geen ongezouten kritiek op de Hill Songs van deze wereld…

De hoop voor de toekomst van de kerk, zijn de kleine, pionierende kerkjes. Zonder gelikte bands, mooie praatjes of een rij indrukwekkende ouderlingen. Toch bieden zij iets wat bestaande kerken niet vaak meer bieden: aandacht. Zij is een aanwezige kerk. Aanwezig voor al die mooie, gebroken en lieve mensen die in al die vergeten wijken in onze grote steden wonen. En ze kómen die vergeten mensen. Nee, niet met bussen vol, maar gewoon te voet en in kleine aantallen. Ze delen hun verhalen, blijven plakken en vertellen hun levensverhaal aan wildvreemde luisteraars. Want luisteraars, daar ontbreekt het ernstig aan in onze cultuur.

In grotere gemeenten, zoals de gemeente die ik mag dienen, is aandacht ook een schaars goed. De predikant kan slechts een klein deel van de gemeente echte aandacht geven en er zal dus uitgeweken moeten worden naar mensen die dat met hem (of haar) doen. Vervolgens dient dat georganiseerd te worden en voor je het weet is er een semi-professioneel ‘luisterteam’ wat op gezette tijden best bereid is om te luisteren. Het is een logische ontwikkeling van het grotere, maar de spontaniteit en de tijd om naar elkaar te luisteren ontbreekt. Ik voorspel dan ook dat deze modellen van de kerk geen kans maken om de mensen in de grote steden te bereiken met het evangelie. De gemiddelde Amsterdammer laat zich niet ‘vangen’ door gelikte programma’s, maar is juist op zoek naar plekken om gehoord te worden. 

Gisteren deed ik met wat andere gemeenteleden ervaring op bij een buurtfeest van Heilig Vuur West, een PKN kerk van 20-30 mensen die als pionierskerk is neergestreken in Amsterdam West. Bij aankomst bemerkte ik bij mezelf dat ik me even afvroeg of er wel buurtbewoners zouden afkomen op het georganiseerde buurtfeest, maar na een weifelende start werd het gezellig druk en genoten we van de mooie mensen uit de wijk. Sommige gasten bleven verbaasd staan luisteren naar de muziek, namen ongevraagd een taak op zich en hielpen zelf opruimen om vervolgens een hapje mee te eten. Wat een feest!

Ik sprak die dag wel een uur met Y., een opgewekte oudere dame met een rollator maar met een guitige blik in haar bruine ogen zoals ik zelden heb gezien. Y. had tot tweemaal toe een folder in de bus gekregen waarin werd vermeld dat er ook ruimte was om spullen te verkopen. Y. schildert iconen en bedacht dat haar laatste drie iconen wel van eigenaar zouden kunnen wisselen tijdens het buurtfeest. Aangezien ik een zwak heb voor iconen raakten we al snel aan de praat en na verloop van tijd had ze me onder de meest hartelijke lach haar levensverhaal vertelt. Dat was geen verhaal om te lachen en ons gesprek eindigde ook in een huilbui. We genoten samen en namen afscheid met een hartelijke handdruk waarin we afspraken om nog eens contact te hebben. 

Vanmiddag zag ik haar weer. Op een zonnig terras in Amsterdam-West. Ik had haar gebeld met de vraag of één van haar iconen van eigenaar zou kunnen wisselen en toen ik aangaf dat het om ‘de moeder Gods’ ging reageerde ze met een aanstekelijke lach. Ik had haar op zaterdag namelijk gezegd dat juist dat icoon voor een Protestantse voorganger een uitdaging was. Y. daagde me uit met haar verhaal en haar toegankelijkheid en dat wilde ik vasthouden in het icoon van Maria.

Y. daagt de kerk van vandaag uit om de straten op te gaan en kleine gemeenschappen te stichten waar geluisterd wordt naar de verhalen van gewone ‘buitengewone’ mensen. Het Heilige Vuur van de jonge kerkplant uit West heeft mijn vuur weer nieuwe kracht gegeven. Dromend van de kerk van morgen reden Maria en ik met lijn 1 terug naar Centraal Station.

Jan Wolsheimer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *